Léon Frédéric, Twee Waalse boerenkinderen, 1888, collectie KMSKA

Léon Frédéric studeert aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel. Van realisme evolueert hij via het naturalisme naar een utopisch symbolisme.

Critici omschreven hem als “een Vlaamse boer die zijn vak bij Van Eyck zou hebben geleerd en vervolgens Gustave Courbet zou hebben ontmoet”. Léon Frédéric is in zijn begindagen als kunstenaar effectief gefascineerd door de Vlaamse Primitieven. Zijn latere, heel eigen symbolistische beeldtaal ontwikkelt hij dan weer onder invloed van Jean Delville, die hij rond 1890 ontmoet. Léon Frédéric vervelt als kunstenaar telkens de kunstwereld verandert, zonder aan originaliteit in te boeten. Als een kameleon weet hij nieuwe trends naar zijn hand te zetten.

Al van bij de start van zijn loopbaan kent Frédéric officieel en publiek succes. Een opiniepeiling roept Léon Frédéric in 1925 uit tot de meest populaire schilder van België. Na zijn huwelijk in 1899 settelt hij zich in Schaarbeek en neemt hij vaak deel aan internationale beuzen. In de Verenigde Staten en Duitsland wint hij verschillende prijzen, op de Wereldtentoonstelling van 1900 zelfs een gouden medaille. In België ontvangt hij op 24 april 1929 de titel van baron, samen met James Ensor.

Een aantal Belgische kunstenaars is in het laatste kwart van de 19e eeuw begaan met het lot van eenvoudige mensen. Het wordt een populair thema in hun schilderijen. Léon Frédéric is een van hen. Hij bezoekt graag de Ardennen, meer voor de mensen dan voor de natuur. In het dorpje Nafraiture vindt hij een keur aan modellen, zoals boeren en hun kinderen. De kunstenaar wist deze meisjes aandachtig te observeren om ze daarna verrassend sober in de verf te zetten. Door het doekformaat komen de kinderen wel monumentaal uit.

Léon Frédéric, Twee Waalse boerenkinderen, 1888, KMSKA, olieverf op doek, 126,5 × 94 × 2,5 cm (volledig), CC0, beeld artinflanders.be, foto Hugo Maertens

De bedeesde, onbevangen blik van het jongste meisje contrasteert scherp met de schuwe oogopslag van de oudere zus, die haar kleine zusje beschermend naar zich toetrekt. Het tedere handenspel vormt het middelpunt van het schilderij. Kleine kinderen staan bij Frédéric symbool voor de onschuld omdat zij zich onbewust zijn van de harde realiteit. Dat het om zusjes gaat, is te zien aan hun haarkleur, gezicht, en dezelfde vale blauwe schort.  

Met Twee Waalse boerenkinderen sloot Frédéric zich aan bij het klassieke genre van het dubbelportret, meer bepaald van zussen. De meisjes van Frédéric poseerden anoniem. Pas recent kregen ze een naam. Ze konden op basis van het portret van Elodie Lamotte (Brussel, KMSKB, inv.nr. 11638) geïdentificeerd worden als de zusjes Aline en Elodie Lamotte uit Nafraiture.

Het schilderij werd herhaaldelijk geëxposeerd, ook in Parijs, waar het in 1890 op de Salon du Champ de Mars veel succes oogstte. Gerenommeerde critici prezen Frédéric als een waardige opvolger van Jules Bastien-Lepage. Op de wereldtentoonstelling van 1894 in Antwerpen vond het schilderij eindelijk de weg naar een kunstcollectie. Het museum kocht Twee Waalse boerenkinderen van de kunstenaar zelf voor het bescheiden bedrag van 3500 frank.

Volg updates over het KMSKA via de websiteFacebookInstagramLinkedIn en Twitter.

Geef een reactie

door Anders Noren.

Omhoog ↑