Willem Schubert von Ehrenberg, Interieur van de Sint-Carolus Borromeuskerk, 1668, Collectie Rubenshuis

Marmer

Het interieurzicht van de toenmalige jezuïetenkerk in Antwerpen, nu bekend als Sint-Carolus Borromeuskerk, is een bijzonder schilderij. Wat dit werk zo speciaal maakt, is dat Willem Schubert von Ehrenberg het op een paneel van massief carraramarmer schilderde. Alles wat in werkelijkheid in wit marmer was opgebouwd, liet hij gewoon onbeschilderd. En dat is heel wat: de witte delen van de vloer, de zuilen op de begane grond en op de tribunes, de communiebank en de wanden van het koor, de muurbekleding van de zijbeuken en de ingang van de Houtappelkapel rechts.

In tegenstelling tot andere interieurzichten van de jezuïetenkerk is er weinig te zien van het meubilair. Tal van schilderijen en decoratieve elementen, die op andere interieurzichten te zien zijn, ontbreken hier. Zelfs de 39 plafondstukken die Peter Paul Rubens in 1620 voor de zijbeuken en tribunes ontwierp, zijn hier tussen de zuilen amper te ontwaren. De nadruk lag overduidelijk op de ongeziene rijkdom van de materialen die bij de bouw van de kerk gebruikt werden, en daar verbleekte al de rest bij.

Willem Schubert von Ehrenberg, Interieur van de Sint-Carolus Borromeuskerk, 1668, Collectie Rubenshuis, CC0, Foto Musea Stad Antwerpen

400 jaar in 2021

De Antwerpse jezuïetenkerk werd gebouwd tussen 1614 en 1621, en was in de Nederlanden een van de eerste grote realisaties volgens de klassieke vormentaal. De plannen werden getekend door twee jezuïeten: de architecten Franciscus de Aguilon (1567-1617) en Pieter Huyssens (1577-1637). Gezien de goede contacten die Peter Paul Rubens (1577-1640) met de orde en haar leden onderhield, is het niet onwaarschijnlijk dat hij nauw betrokken werd bij het ontwerp van de kerk. Maar hiervoor bestaan geen concrete bewijzen. De inbreng van Rubens bij de sculpturale decoratie van de gevel, de toren en sommige elementen van het interieur is daarentegen wel bewezen. Verschillende van zijn schet­sen worden bewaard in binnen- en buitenland.

Interieur

De zijbeuken waren van in het begin over de hele lengte bekleed met houten lambriseringen en biechtstoelen, beneden voorbehouden voor de vrouwen, op de tribunes voor de mannen. Dit gegeven was Ehrenberg niet ontgaan: rechtsboven leunen enkele mannen over de balustrade, terwijl beneden dames staan te wachten naast de biechtstoelen. De oorspronkelijke biechtstoelen waren rond 1655 grondig aangepast aan de komst van veer­tien marmeren relieknissen net boven de lambrisering.

Oorspronkelijk waren er boven de biechtstoelen grote schilderijen met gestoffeerde landschappen, wellicht taferelen uit het leven van de ordestichters Ignatius en Franciscus Xaverius. In 1655 moesten de gehistorieerde land­schappen plaats ruimen voor marmeren relieknissen waarin zilveren reliekschrijnen werden geplaatst met dertien lichamen van heiligen afkomstig uit de catacomben van Rome. Een van deze reliekschrij­nen – dat van de Heilige Rufina – bestond uit massief zilver en kostte de aanzienlijke som van 6000 gulden, een koninklijk geschenk van de gezusters Houtappel. De relieknissen werden afgesloten met dubbele deurtjes beschil­derd door Antoon Goubau (1616-1698), maar op sommige feestdagen waren de reliekschrijnen zichtbaar voor het grote publiek.

Detail uit: Willem Schubert von Ehrenberg, Interieur van de Sint-Carolus Borromeuskerk, 1668, Collectie Rubenshuis, CC0, Foto: Ans Brys

De preekstoel uit 1627 was een gift van Anna en Elisabeth Haecx, geestelijke dochters uit een vermo­gende Antwerpse familie. Het is een van de aller­vroegste barokke preekstoelen waarbij zowel de kuip als het klankbord geschraagd worden door figuren. Op een vierkante basis in kruisvorm ondersteunen vier levensgrote engelen met uitge­strekte armen en vlerken de achthoekige kuip. De vier smalle zijden van de kuip zijn versierd met de symbolen van de vier evangelisten, de vier andere zijden met bustes in hoogreliëf van de grote jezuïetenheiligen Ignatius en Franciscus Xaverius. Het grote klank­bord wordt gedragen door twee engelen die op de bovenkant van de trap staan. De preekstoel gaf, ondanks zijn omvang, een indruk van elegantie en majesteit, volledig in harmonie met de rest van de ‘marmeren tempel’. Voor het geheel werden 3000 gulden betaald, dezelfde prijs die aan Rubens betaald werd voor zijn twee altaarstukken voor het hoofdaltaar. Op het marmeren hoofdaltaar werden om beurten vier verschillende altaarstukken getoond, hier De mirakelen van de Heilige Ignatius van Loyola door Peter Paul Rubens (nu: Kunsthistorisches Museum Wenen).

Van de Sint-Carolus Borromeuskerk zijn bijna vijftig interieurzichten bekend. De meeste van deze interieurzichten hebben een grote documentaire waarde, zeker omdat er van het oorspronkelijke interieur van de kerk, na de brand van 1718 en de opheffing van de jezuïetenorde in 1773, weinig overbleef. Enkel de rijkelijk versierde koorapsis en de zijkapellen toegewijd aan Maria en aan de Heilige Ignatius van Loyola getuigen vandaag nog van de uit­zon­derlijke, barokke weelde die de kerk uitstraalde. Het is niet voor niets dat de jezuïetenkerk bekend stond als de ‘marmeren tempel’. De verwoestende brand van 1718, waarbij het schip en een groot deel van het meubilair met inbegrip van de negenendertig plafondstukken van Rubens in de vlammen opgingen, was niet alleen voor de jezuïeten zelf een ware ramp, maar werd als dusdanig ervaren door de hele Antwerpse bevolking. Dit interieurzicht uit 1668 vormt dus een unieke getuigenis van de oorspronkelijke rijkdom van de Antwerpse jezuïetenkerk.

Interesse in barok? Raadpleeg onze website Barok in de Zuidelijke Nederlanden.

Verken ook de website van het Rubenshuis en volg het Rubenshuis via Facebook.

Geef een reactie

Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑