Kerstwiegje, Brabant, tweede helft vijftiende eeuw, Collectie Museum Mayer van den Bergh

Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) verwierf dit object als onderdeel van de collectie Micheli uit Parijs. Hij deed onderzoek en ontdekte dat het een kerstwiegje was. Voornamelijk in de Lage Landen gebruikten nonnen ze in de kerstperiode om te bidden en te mediteren. De zusters stelden het wiegje op in het koor van hun kerk en legden er een Jezuspop in. Om hun liefde voor het Christuskind aan te wakkeren, schommelden ze het wiegje. Daardoor rinkelden de zilveren belletjes onderaan. Een herinnering aan het engelengezang bij Christus’ geboorte. In dit wiegje lag, onder het rijk geborduurde dekentje, een popje van zilver. Dat is verdwenen. Ook burgers hadden overigens soms kerstwiegjes in huis.

Kerstwiegje, Brabant, tweede helft vijftiende eeuw, Collectie Museum Mayer van den Bergh, CC0, foto Ans Brys

Er bestaan nog zevenentwintig beweegbare kerstwiegjes in de wereld. Dit is wel een van de mooiste. De vergulding en de rijke decoratie benadrukken hoe kostbaar het ensemble is. Op de smalle zijden van de wieg zijn taferelen geschilderd: de boodschap van de engel aan Maria en het bezoek van de zwangere Maria aan haar nicht Elisabeth, die de moeder zou worden van de profeet Johannes de Doper. Dit zijn de twee belangrijkste gebeurtenissen in het evangelie voor de geboorte van Jezus. Bovenaan staan beeldjes van Maria en haar moeder Anna. De vrouwelijke stamboom van Christus krijgt hier alle aandacht.

In de late middeleeuwen vond men het erg belangrijk om zich in te leven in religieuze gebeurtenissen. Bijvoorbeeld in de geboorte van Jezus. De Devotio moderna, een geestelijke beweging in de late middeleeuwen, moderniseerde het rooms-katholieke geloof in de Lage Landen. Vernieuwend was de gedachte dat de gelovige zelf door persoonlijk gebed, en zonder tussenkomst van kerk of clerus, spiritueel heil kon vinden. Concrete devotionalia zoals dit kerstwiegje ondersteunden de privédevotie. Het schommelen van het wiegje en het rinkelen van de belletjes sprak de zintuigen direct aan en maakten de mystieke beleving van de menswording van God tastbaar. Vooral in vrouwenkloosters werd het gebruik van wiegjes en Jezuspoppetjes aangeraden. Ze boden de doorsnee kloosterlinge de mogelijkheid om zich in te leven in de visioenen van beroemde mysticae. Handleidingen voor novicen en nonnen beschreven hoe het Jezuskind in doeken gewikkeld en in de kribbe neergelegd moest worden, hoe ze hem moesten wassen, baden, schommelen en in slaap wiegen, welke liedjes ze voor hem konden zingen en hoe ze met hem konden spelen. In navolging van de Maagd Maria ontwikkelden ze door die handelingen moederlijke gevoelens.

Wiegjes werden tijdens de kersttijd in de kloosterkerk of -kapel op het altaar opgesteld. Bij het binnenkomen knielde elke non voor de kribbe, wiegde het kind en sprak vervolgens de gebeden uit. In deze context was er een duidelijke link met de eucharistieviering. Het lichaam van Christus was letterlijk aanwezig in de kribbe. Ook buiten de kloostermuren werden Christuswiegjes als rekwisiet gebruikt in geboortespelen en tijdens paraliturgische feesten. Burgergezinnen zetten van kerstmis tot lichtmis kerstwiegjes op een als altaar ingericht dressoir. Vaak gaven ze familieleden die in het klooster traden een kribbe als geschenk mee. Zusters en begijnen gebruikten Christuswiegjes tijdens het privégebed in hun cel. Christus geboren laten worden in het eigen hart was het ultieme doel. Het wiegje stond symbool voor hun ontvankelijke ziel die het Jezuskind ontving, koesterde en er ten slotte geestelijk één mee werd.

Verken de collectie van Museum Mayer van den Bergh via de website en volg het museum via Facebook.
In de aanloop naar kerstmis brengt het museum een adventskalender, met elke dag een verhaal over een kunstwerk uit de collectie. Bekijk hier de adventskalender.

Reacties zijn gesloten.

Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑