François-Joseph Kinsoen, Portret van Marie-Joséphine-Emilie Lafont-Porcher, circa 1827/1828, Collectie Musea Brugge

Het bevallige portret van zangeres Marie-Joséphine-Emilie Lafont-Porcher is een van de allereerste schilderijen die werd aangekocht door de Vrienden der Musea. Het doek, dat links onderaan in de bruine rotspartij met ‘KINSON’ is gesigneerd, werd al in 1907 verworven door de Brugse vriendenvereniging. Het schilderij kwam uit de verzameling van een zekere gravin de Conchy. Bij de aankoop werd het portret geïdentificeerd als dit van mevrouw Lafont, echtgenote van de beroemde Franse violist Charles Lafont. Omdat het Groeningemuseum pas enkele decennia later gebouwd zou worden, kreeg het portret eerst een plaats in het zogenaamde Museum voor Moderne Kunst dat in het voormalige Jezuïetencollege aan de Verversdijk geïnstalleerd was. Het vormde er een mooie aanvulling op Kinsoens monumentale historieschilderij De dood van de vrouw van Belisarius.

François-Joseph Kinsoen, Portret van Marie-Joséphine-Emilie Lafont-Porcher, circa 1827/1828, olieverf op doek, 100 x 81 cm, CC0, Collectie Musea Brugge, Foto: artinflanders.be, fotograaf Hugo Maertens

Het portret van mevrouw Lafont-Porcher, geschilderd door de Brugse kunstenaar François-Joseph Kinsoen, werd grondig bestudeerd door Dominique Marechal. Zijn bevindingen zijn te lezen in het Jaarboek 1989-90 van de Stedelijke Musea (Marechal, 1991).

De exacte geboorte- en sterfdatum van de geportretteerde zijn tot nu toe niet bekend. We weten wel dat juffrouw Porcher in het voorjaar van 1806 in Parijs trouwde met de toen beroemde violist Charles-Philippe Lafont (1781-1839). Het huwelijkscontract, daterend van 27 april 1806, wordt immers bewaard in de Archives nationales in Parijs (Letessier, 1978). Ze moet haar man vergezeld hebben tijdens zijn talrijke muziekreizen door Duitsland, Nederland, Italië, Engeland en Rusland, waar hij als eerste violist voor de tsaar optrad. Waarschijnlijk heeft het echtpaar de schilder Kinsoen ontmoet tijdens een van die internationale tournees.

Mevrouw Lafont-Porcher was een interessante persoonlijkheid. Haar salons werden in de jaren 1830 drukbezocht door de elite van de Parijse kunstwereld. De bekende schrijvers François-René de Chateaubriand en Alexandre Dumas behoorden tot haar vriendenkring. Die laatste beschrijft haar in zijn memoires als volgt: “In die tijd was er in Parijs een heel artistiek salon: het was dat van Mevrouw Lafont. Mevrouw Lafont was toen een vrouw van 36 à 38 jaar, stralend mooi, bruin en zeer goed geconserveerd, met veelzeggende zwarte ogen en heel soepel zwart haar. Voeg daarbij een allerliefste glimlach, de bevalligste handen van de wereld, een geest die zowel voornaam als mild was, en u zult zich slechts een zeer onvolmaakt idee kunnen vormen van de gastvrouw van dit salon. Haar man was Lafont, de instrumentalist, een groot viooltalent; hij was klein en blond en stond zijn vrouw uitstekend bij op de soirees die ze organiseerde. Maar, hij speelde slechts de rol van prins Albert aan het hof van koningin Victoria” (Marechal, 2005).

Het portret is een typisch voorbeeld van Kinsoens opvallend vleiende en idealiserende schildertrant die toen enorm gesmaakt werd door de rijkere klasse.

Tekst door Laurence Van Kerkhoven
Met dank aan de Vrienden van de Musea Brugge

Ontdek ook de website van Musea Brugge en volg het museum via FacebookTwitter en Instagram.

Selectieve bibliografie

F. Letessier, ‘François et ses deux Émilie? Autour d’un mystérieux billet de Chateaubriand’, in: Bulletin Société Chateaubriand, 1978, nr. 21, p. 71.

D. Marechal, ‘Van portrettisten en geportretteerden. Enkele negentiende-eeuwse schilderijen en miniaturen in Brugs stedelijk bezit’, in: Jaarboek 1989-90 Brugge Stedelijke Musea, Brugge, 1991, pp. 222-224.

D. Marechal, ‘François Joseph Kinsoen’, in: D. Marechal (red.), De romantiek in België. Tussen werkelijkheid, herinnering en verlangen, tent. cat. Brussel (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België), 2005, p. 190.

Geef een reactie

Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑