Theodoor I Rogiers, Kan en schaal, 1635-1636, Collectie Rubenshuis

Mogelijk behoorde dit schitterende zilveren pronkstel ooit toe aan Rubens. De zilveren waterkan en schaal van de hand van Theodoor I Rogiers (1602-ca. 1654) vormen samen een zogeheten ‘lampetstel’.

Pronkstuk

In het dagelijks leven diende een waterkan met schaal om tijdens banketten de handen te wassen. Dit exemplaar was echter niet als gebruiksvoorwerp bedoeld. Daarvoor is het te rijk versierd en is de vorm te weinig praktisch. Het was een pronkstuk, dat op een dressoir tussen andere pronkstukken stond. En het zal de aandacht van de bezoeker vooral hebben getrokken door de iconografie en het uitmuntende drijf- en ciseleerwerk. Het was een statussymbool voor de eigenaar. Het is een staaltje van vakmanschap en het geldt als een topstuk van de Antwerpse zilversmeedkunst uit de zeventiende eeuw.

Theodoor I Rogiers, Kan en schaal, 1635-1636, zilver, Collectie Rubenshuis, CC0, Foto: Ans Brys

Kunstenaar met faam

Theodoor I Rogiers stamde uit een groot geslacht van edelsmeden en was beroemd tot aan het Engelse hof voor zijn geciseleerde platen die in meubels werden ingewerkt. Zijn reputatie was dusdanig dat hij werd opgenomen in de Iconographie, een reeks gegraveerde portretten van bekende kunstenaars, geleerden en staatslieden.

Rubens als ontwerper

Op basis van de onderwerpen van de voorstellingen en de stijl is het aannemelijk dat Rubens betrokken was bij de realisatie van dit kunstwerk. De fontein op het bekken zou een rechtstreekse verwijzing kunnen zijn naar het standbeeld dat in Rubens’ eigen tuin stond. Bovendien had hij ook een bijzondere voorliefde voor de thema’s die het sierstel versieren, de Triomf van Venus (waterkan) en Suzanna en de Ouderlingen (bekken). Het is echter weinig waarschijnlijk dat Rubens zelf de ontwerpen getekend heeft.

Theodoor I Rogiers, Kan en schaal, 1635-1636, zilver, Collectie Rubenshuis, CC0, Foto: Ans Brys

Verwijzingen naar water

Alle scènes die in het zilver zijn gedreven, verwijzen toepasselijk naar water. In het midden van de schaal is het Bijbelse verhaal van de kuise Suzanna uitgebeeld, die tijdens het baden door twee oude mannen werd begluurd. Suzanna en de Ouderlingen bevinden zich in een tuin, met links een fontein.

Theodoor I Rogiers, Kan en schaal, 1635-1636, zilver, Collectie Rubenshuis, CC0, Foto: Musea Antwerpen

De brede rand beeldt de Vier Elementen af, van elkaar gescheiden door de geit Amathea, een wapenschild met monogram, een triton en een nereïde. In de antieke traditie stond Suzanna symbool voor de kuisheid en de verloste ziel, maar tijdens de renaissance werd dit verhaal een voorwendsel om vrouwelijk naakt af te beelden. De klemtoon van het tafereel ligt dus op de pogingen van de twee mannen om Suzanna uit te kleden. De compositie van het tafereel herinnert onmiskenbaar aan composities van Rubens, die dit thema herhaaldelijk behandelde. Opmerkelijk is dat de fontein een belangrijke plaats in de compositie inneemt.

De kan toont de geboorte van de liefdesgodin Venus uit de zee en haar kroning door de Drie Gratiën. Het oor van de waterkan heeft de vorm van een Triton die een zeeslang boven zijn kop houdt. Zefieren, maskers, grotesken, saters, putti, ranken, eierlijsten en gebladerte versieren de andere delen van de kan.

Theodoor I Rogiers, Kan en schaal, 1635-1636, zilver, Collectie Rubenshuis, CC0, Foto: Ans Brys

400 jaar in het bezit van erfgenamen van Rubens

Tot 1999 was het zilveren pronkstel al bijna 400 jaar in bezit van nazaten van de schilder. In 1999 verwierf de Koning Boudewijnstichting dit sierstel dankzij de vrijgevigheid van twee mecenassen, die het sierstel kochten op een openbare veiling in Monaco om het aan de Stichting te schenken. Sindsdien wordt het opnieuw getoond waar het thuishoort: in het huis van Rubens in Antwerpen.

Verken ook de website van het Rubenshuis en volg het Rubenshuis via Facebook.

Geef een reactie

Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑