Jan Wierix, Het atelier van Apelles, 1600, Collectie Museum Mayer van den Bergh

Deze bijzonder verfijnde tekening toont de voorstelling van de legendarische antieke schilder Apelles, die bezig is Campaspe, de minnares van Alexander de Grote naakt te portretteren. Apelles wordt verliefd op Campaspe, wat zijn vorstelijke opdrachtgever Alexander de Grote tot een grootmoedige geste brengt. Hij schenkt zijn minnares aan de kunstenaar. Zelf had Alexander genoeg aan het levensechte portret dat Apelles van Campaspe had gemaakt.

Het thema is ontleend aan de Naturalis historia van de Romeinse schrijver Plinius (23-79). Het motief was bij schilders uit de renaissance zeer populair en werd gezien als een bewijs van de grote kracht van de kunst: Alexander verkoos immers het door Apelles vervaardigde portret boven zijn geliefde. Het is een lofzang op de schilderkunst en benadrukt de rol van schilders en hun beschermers. Apelles zelf werd zowel in zijn eigen tijd als tijdens de renaissance beschouwd als de grootste schilder uit de oudheid en zelfs aller tijden.

De tekening is van de hand van Antwerpenaar Jan Wierix (1594, Antwerpen -1616, Brussel). Jan Wierix was niet enkel een zeer getalenteerd en ongewoon productief graveur, hij liet ook een aantal zorgvuldig uitgevoerde pentekeningen na die als waardevolle zelfstandige kunstwerken werden aanzien en bijgevolg zeer in trek waren. Ze zijn uitgevoerd op velijn, een kostbare drager die slechts door enkele kunstenaars werd aangewend.

Jan Wierix, Het Atelier van Apelles, 1600, Pen in bruin op velijn, 251 x 316 mm, Collectie Museum Mayer van den Bergh, CC0

Wierix had de gewoonte om meerdere versies van zijn tekeningen te maken, soms gescheiden door ettelijke jaren. En ook Het atelier van Apelles bracht hij twee keer in beeld. In 1594 bracht Wierix het motief voor het eerst in beeld (Parijs, Fondation Custodia). Zes jaar later heeft hij de compositie hernomen en verder uitgewerkt, soms in subtiele details met een diepere betekenis. Aan de centrale compositie met de drie hoofdfiguren raakte hij nauwelijks, maar links voegde hij een raam toe, evenals het aapje. Rechts tekende hij achter de tafel een bed met baldakijn. Het geheel krijgt zo een diepere geladenheid. Het aapje staat symbool voor onkuisheid, begeerte of onbestendigheid, maar wordt hier met een keten om de lenden in toom gehouden. Het weerspiegelt Alexander, die zijn eigen begeerte uit respect voor de kunstenaar beteugelt. Beide tekeningen ondertekende hij zelfbewust met ‘inventor’, waardoor hij aangaf dat ze allebei zelfstandige inventies waren.

In de zeventiende eeuw kwam deze tekening terecht in de verzameling van Antwerpse handelaar en topverzamelaar Cornelis van der Geest (1577—1638). Op de geschilderde ‘Kunstkamer van Cornelis van der Geest’ (Antwerpen, Rubenshuis) van Willem II van Haecht is de tekening prominent aanwezig op de tafel vooraan te zien. Er wordt zo een duidelijke parallel gelegd tussen Alexander de Grote – het voorbeeld van de mecenas – en de aartshertogen Albrecht en Isabella, die op het schilderij de collectie van Cornelis van der Geest bezoeken.

Willem II van Haecht, De kunstkamer van Cornelis van der Geest, 1628, Collectie Rubenshuis, CC0
Detail uit: Willem II van Haecht, De kunstkamer van Cornelis van der Geest, 1628, Collectie Rubenshuis, CC0

Drie eeuwen later wist de Antwerpse verzamelaar Fritz Mayer van den Bergh de beroemde tekening op te sporen. In 1892 kon hij het werkje in Antwerpen aankopen. Zijn indrukwekkende kunstcollectie behelst ook zo’n 179 tekeningen uit de vijftiende tot de negentiende eeuw.

Ontdek meer uit de collectie van Museum Mayer van den Bergh via de website en volg het museum via Facebook.

Geef een reactie

Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑