Hans II Collaert, De vier tijdperken, c. 1612-1628, Collectie M Leuven

Vier tijdperken volgen elkaar in deze prentreeks van de hand van Hans II Collaert op. In de Gouden Tijd leven mensen in volmaakte harmonie met de natuur en met elkaar samen. Koppeltjes struinen door het bos, vlijen zich tussen de bomen en de dieren neer en geven zich onbezorgd over aan liefkozingen. Overal ligt heerlijk fruit zomaar voor het oprapen. De mensen zijn naakt en onschuldig.

Gravure door Hans II Collaert (1566-1628), naar ontwerp van Tobias Verhaecht (1560-1631), uitgegeven door Theodor Galle (1571-1633), kopergravure, inkt op papier, c. 1612-1628, CC0, inventarisnummer G/308/C

In het Zilveren Tijdperk doet de beschaving haar intrede met kledij en de landbouw, en daarmee ook het harde werk. In deze pastorale wereld lijkt iedereen hard aan het werk, er moet dringend worden gemolken, geploegd, gekarnd, gerend, gevlogen, gevallen en weer doorgegaan. Voor een luilekkere picknick aan het water is er duidelijk geen tijd meer.

Gravure door Hans II Collaert (1566-1628), naar ontwerp van Tobias Verhaecht (1560-1631), uitgegeven door Theodor Galle (1571-1633), kopergravure, inkt op papier, c. 1612-1628, CC0, inventarisnummer G/309/C

In het Koperen Tijdperk bouwt de mens naarstig verder aan die beschaving met stenen huizen en steden, maar doen ook ruzie, wapens en geweld hun intrede.

Gravure door Hans II Collaert (1566-1628), naar ontwerp van Tobias Verhaecht (1560-1631), uitgegeven door Theodor Galle (1571-1633), kopergravure, inkt op papier, c. 1612-1628, CC0, inventarisnummer G/310/C

In het IJzeren Tijdperk is de ontaarding compleet: gebouwen zijn nu vervallen of gaan in rook op; plunderen, gokken, stelen, moorden, branden en verkrachten zijn schering en inslag. Het vertelt ons niet alleen iets over hoe men toen de wereld zag, maar ook hoe men de wereld van toen in een historisch kader probeerde te plaatsen. De wereld is om zeep, en vroeger was het allemaal beter. Herkenbaar?

Gravure door Hans II Collaert (1566-1628), naar ontwerp van Tobias Verhaecht (1560-1631), uitgegeven door Theodor Galle (1571-1633), kopergravure, inkt op papier, c. 1612-1628, CC0, inventarisnummer G/311/C

Deze metalen tijdperken hebben weinig te maken met wat we vandaag als bijvoorbeeld ijzertijd of bronstijd duiden, aan de hand van de gebruikte grondstoffen voor artefacten. Ze verwijzen naar het idee dat de mens doorheen de eeuwen steeds achteruit gaat: het edelmetaal goud verglijdt langzaam tot zilver, om via koper te verworden tot het harde ijzer.

Dit idee vindt mogelijk haar oorsprong in het oude Griekenland. In het aan Hesiodos (8e eeuw v. Chr.) toegeschreven Werken en dagen is er sprake van een gouden, zilveren, bronzen en ijzeren tijdperk bij de beschrijving van de mythe van Pandora. De teksten onder de prenten van Collaert parafraseren Ovidius (43 v. Chr. – 18 n. Chr.), die de tijdperken in de inleiding van zijn Metamorfosen verwerkte. Kerkvader Hiëronymus (c. 347 – 420) pikte het idee op en verankerde het in de christelijke denkwereld. Hiëronymus deelde de wereldgeschiedenis op in deze vier tijdperken en legde een verband met de Vier Koninkrijken uit het Bijbeldoek Daniël. Hierin ontpopt Daniël, een joodse gijzelaar aan het Babylonische hof, zich tot ‘droomuitlegger’ van koning Nebukadnezar. De koning zou een schrikwekkend visioen hebben gehad van een beeld met een hoofd van goud, een borst en armen van zilver, buik en lendenen van koper, benen van ijzer en de voeten deels van ijzer, deels van leem. Het beeld zou hierna langzaam ineen storten. Volgens Daniël stond het rijk van Nebukadnezar voor het gouden hoofd, maar na hem zou de neergang beginnen met een zilveren koninkrijk, gevolgd door een derde koninkrijk van koper. Het vierde koninkrijk zou hard als ijzer zijn, gevolgd door het eeuwige rijk Gods.

Het zit in de familie

Hans II Collaert, die de prenten maakte, werkte niet enkel samen met Theodor Galle, uitgever van de reeks. Ze waren ook familie. Hans’ vader, Hans I Collaert, maakte vaak prenten in opdracht van Philips Galle, één van de invloedrijkste graveurs en uitgevers van zijn tijd, en de vader van Theodor Galle. In de late jaren 90 van de zestiende eeuw trouwde Hans de Jongere met Elisabeth Galle, een dochter van Philip Galle. De graveur en de uitgever waren dus schoonbroers van elkaar. Hans’ broer Adriaen, ook een prentmaker, trouwde overigens met Justa Galle, de zus van Elisabeth. Het prentmaken was niet zelden een echte familieonderneming.

Dromen van een betere wereld

Het idee van een gouden tijd, waarin er overvloed heerst en iedereen met elkaar in harmonie leeft, vertelt ons iets over hoe men de natuurlijke staat van de mens beschouwde. Nog steeds woedt er debat over of de mens nu ‘van nature’ goed of slecht is, en ook in de zestiende en zeventiende eeuw waren er verschillende strekkingen. Door toenemende handels- en ontdekkingsreizen kwam men bovendien in contact met andere werelddelen, en daarmee met culturen die ogenschijnlijk dichter bij de natuur dan bij de beschaving stonden. Men had moeite om de zogenaamd primitieve inwoners van Amerika, Afrika en Azië te plaatsen. Sommigen beschouwden de westerse beschaving als superieur, en de primitieve mens als een domme en woeste wildeman die enkel door de introductie van de beschaving beter werd. Anderen volgden de redenering dat de primitieve mens het dichtst staat bij de perfecte toestand van de mens in het Aards Paradijs, en dus ook het best af moest zijn. Ook de invloedrijke Franse filosoof Michel de Montaigne (1533-1592) lijkt alleszins de beschaving eerder als een corrumperende kracht te hebben gezien, en idealiseerde de primitieve mens als een nobele wilde.

De vreedzame gouden eeuw, van Ovidius over de zeventiende eeuw tot vandaag, is natuurlijk een utopie, een nostalgische droom van een verloren paradijs. De prenten van Collaert getuigen van een eerder pessimistisch wereldbeeld, waarin mens en beschaving achteruit gaan en het paradijs al ver en onomkeerbaar achter ons ligt. Met de grote uitdagingen op vlak van klimaat, gezondheid en socio-economische rechtvaardigheid die vandaag voor ons liggen, is het ook nu soms moeilijk om vooruit te denken naar een tijd dat het beter zal worden, eerder dan slechter. Toch houdt de gouden tijd ons een spiegel voor, en daagt ons uit om te durven dromen van een betere wereld.

De vier prenten van Collaert maken deel uit van het Prentenkabinet van M, dat meer dan 25.000 objecten telt, waaronder prenten, tekeningen, handschriften en oude drukken. Sinds 2016 vormt het prentenkabinet het onderwerp van een grootschalige conservatie- en registratieproject. Het team van M is bijzonder trots om dit samen met een uiterst getalenteerde en gemotiveerde vrijwilligersploeg te volbrengen. Dit najaar wijdt M bovendien een unieke expo aan haar prentenkabinet, die niet enkel de prenten en tekeningen van onder het stof haalt, maar ook het werk achter de schermen van het museum laat zien en het vrijwilligersteam uitgebreid aan het woord laat.  

M wijdde in 2016 een ambitieuze tentoonstelling aan het idee van de utopie en het (verloren) paradijs. Herbeleef ‘Op zoek naar Utopia’.

Lees meer over de collectie van M Leuven en volg het museum op Facebook, Instagram, Twitter en LinkedIn.

Geef een reactie

Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑