Hugo van der Goes, Dood van Maria, circa 1475, Collectie Musea Brugge

De Dood van Maria uit het Groeningemuseum wordt momenteel gerestaureerd. De ideale gelegenheid om het schilderij grondig te onderzoeken.

Alle specialisten zijn het erover eens dat dit schilderij, op basis van stilistische vergelijkingen met ander werk van de kunstenaar, aan Hugo van der Goes toegeschreven mag worden. Maar zoals dat meestal het geval is met schilderijen uit de vijftiende eeuw, zijn er weinig dingen die we met zekerheid kunnen zeggen en danken we onze kennis grotendeels aan de studie van het object zelf.

Hugo van der Goes, Dood van Maria, circa 1475, Collectie Groeningemuseum, CC0, Fotograaf Dominique Provost

Het schilderij is niet gesigneerd, noch gedateerd. Mogelijk was de signatuur van de kunstenaar en misschien ook de ontstaansdatum op de lijst aangebracht, zoals we dat bijvoorbeeld ook bij werk van Van Eyck of Memling zien. Maar de originele lijst van de Dood van Maria is in de loop van de tijd verloren gegaan.

De oudste geschreven bron over het schilderij, dateert van 1797. Toen werd de Dood van Maria, samen met de kopie van gelijke afmetingen die nu in de Sint-Salvatorskathedraal wordt bewaard, vermeld in een inventaris van de Duinenabdij te Brugge. De Duinenabdij (waar nu het Grootseminarie aan de Potterierei huist) was op dat moment, onder het Franse bewind, omgevormd tot ‘école centrale’.

In 1777 wordt er ook een Dood van Maria vermeld in een inventaris van de Duinenabdij te Brugge. Het schilderij wordt beschreven als een werk van Schoreel (Jan Van Scorel, 1494-1562), maar het is niet duidelijk of men het hier heeft over de kopie van de Sint-Salvatorskathedraal of over het origineel.

Men gaat er van uit dat de Dood van Maria naar het refugium van de Duinenabdij in Brugge werd gebracht toen de monniken in 1627 de Duinenabdij van Koksijde verlieten wegens onveiligheid.

Keerzijde van Dood van Maria, Hugo van der Goes, circa 1475, Collectie Musea Brugge, CC0, Fotograaf Dominique Provost

Mogelijk werd het stuk oorspronkelijk geschilderd voor de abdij van Koksijde, maar we weten niet hoe het schilderij oorspronkelijk opgesteld was. Het zou een paneel kunnen zijn uit een groter geheel, een drieluik of een polyptiek, dat in de loop van de tijd ontmanteld werd. Indien de oorspronkelijke lijst bewaard was gebleven, hadden we kunnen nagaan of er sporen van scharnieren op de lijst te zien waren, wat zou betekenen dat het schilderij oorspronkelijk zijluiken had. Naast het stilistisch en iconografisch onderzoek kan het technisch onderzoek van een kunstwerk dus belangrijke informatie opleveren. Zo kunnen we bijvoorbeeld iets leren uit het onderzoek van de keerzijde van de Dood van Maria.

Detail van de keerzijde van Dood van Maria, Hugo van der Goes, circa 1475, Collectie Musea Brugge, CC0

Zoals de meeste vijftiende-eeuwse schilderijen in de collectie van het Groeningemuseum is de Dood van Maria van Hugo van der Goes geschilderd op paneel (147,4 x 122,3 cm en ca. 2,5 cm dik). Op de keerzijde zijn de sporen van de schaaf waarmee het paneel vlak werd gemaakt zichtbaar. Uit de ruwe afwerking blijkt dat de keerzijde nooit beschilderd werd en dat het niet de bedoeling was dat de gelovige deze kant te zien zou krijgen. Zo weten we dat de Dood van Maria oorspronkelijk geen zijluik kan geweest zijn van een drieluik dat geopend en gesloten kon worden.

Het paneel is samengesteld uit zeven horizontale planken. Om panelen te maken gebruikte men eik van zeer goede kwaliteit, die werd ingevoerd uit de Baltische gebieden.

Elke sleutel is vastgezet met vier pennen die dwars door het paneel steken. De koppen van deze pennen zijn duidelijk zichtbaar in de verflaag.
Dit is hetzelfde detail in de radiografie. De vorm van het houten plankje, de ‘sleutel’ en de vorm van de gleuf waarin het houten plankje geschoven is, is hier duidelijk zichtbaar ©foto IRPA-KIK.

De voegen van het paneel zijn verlijmd en verstevigd met ‘sleutels’, rechthoekige stukjes hout die in daarvoor gemaakte uithollingen in de snede van de planken passen. Elke sleutel is vastgezet met vier pennen die dwars door het paneel steken. De koppen van deze pennen zijn duidelijk zichtbaar in de verflaag. Op de keerzijde van het paneel zijn er vezels gelijmd op de plaats waar de pennen door het paneel gestoken zijn. Waarschijnlijk zijn dit plantaardige of dierlijke vezels, dit moet nog verder onderzocht worden.

Schematische voorstelling van de verbinding tussen twee planken van het paneel.

Er zijn maar enkele voorbeelden gekend van dit type houtverbinding, met ‘sleutels’ en pennen dwars door het paneel, en opgelijmde vezels. Hetzelfde systeem vinden we terug in het zogenaamde Portinari altaarstuk, de Aanbidding van de herders van het Uffizi in Firenze. Dit grote altaarstuk wordt door Giorgio Vasari vermeld in zijn Le vite van 1550 als werk van ‘Ugo d’Anversa’. Het is daarmee het sleutelstuk om de reconstructie van het oeuvre van Van der Goes te maken, want er is geen enkel gesigneerd werk van Hugo van der Goes bewaard. Ook in de Aanbidding van de herders van de Gemäldegalerie in Berlijn dat aan Hugo van der Goes toegeschreven wordt, werd het paneel met hetzelfde systeem in elkaar gezet. Dit technisch detail is dus een bijkomend argument voor de toeschrijving van de Brugse Dood van Maria aan Hugo van der Goes.

Geef een reactie

Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑